← Voorpagina
Dossier · arbeidsongeschiktheid · 4 min leestijd

Wat blijft er over van je inkomen als je niet meer kunt werken?

Wie in loondienst ziek wordt, houdt twee jaar lang zijn loon. Wat er dáárna gebeurt is voor bijna niemand een concreet bedrag — het is de WIA, en dat klinkt als iets dat geregeld is. Wij hebben tien salarissen door de wettelijke regels gehaald om te zien wat er werkelijk overblijft.

De eerste twee jaar verandert er weinig

Word je als werknemer ziek, dan betaalt je werkgever 104 weken lang loon door. De wet schrijft minimaal 70% voor (artikel 7:629 Burgerlijk Wetboek); in veel cao's is dat het eerste jaar aangevuld tot 100% en het tweede jaar tot 70%. In die twee jaar loopt de hypotheek gewoon door en verandert er financieel zelden iets dat opvalt. Dat is precies waarom het gesprek over dekking in die periode bijna nooit wordt gevoerd.

Na 104 weken beslist het UWV — over wat je nog kúnt verdienen

Daarna volgt de WIA-beoordeling. Het UWV kijkt niet naar wat je verdiende, maar naar wat je met je beperking nog zou kunnen verdienen. Dat verschil is de kern van het stelsel en de reden dat twee mensen met dezelfde ziekte een heel ander bedrag krijgen. Ben je volledig én duurzaam arbeidsongeschikt, dan volgt de IVA met 75% van het (afgetopte) loon. In alle andere gevallen kom je in de WGA, en daar hangt alles af van één vraag: lukt het om nog te werken?

Tien salarissen, dezelfde wet

Hieronder staat wat er per maand overblijft voor een werknemer zonder aanvullende dekking. De middelste kolom is het meest voorkomende geval: volledig arbeidsongeschikt, met de WGA-loonaanvulling. De rechterkolom is het ongunstige geval: gedeeltelijk arbeidsongeschikt, maar geen werk gevonden — dan val je terug op de vervolguitkering. Alle bedragen zijn bruto per maand, berekend met onze eigen WIA-motor.

Bruto per maand, werknemer zonder aanvullende dekking.
SalarisNa twee jaarOngunstig geval
€ 2.000€ 1.40070% van je loon€ 88344% van je loon
€ 2.500€ 1.75070% van je loon€ 88335% van je loon
€ 3.000€ 2.10070% van je loon€ 88329% van je loon
€ 3.500€ 2.45070% van je loon€ 88325% van je loon
€ 4.000€ 2.80070% van je loon€ 88322% van je loon
€ 5.000€ 3.50070% van je loon€ 88318% van je loon
€ 6.000€ 4.20070% van je loon€ 88315% van je loon
€ 7.000afgetopt€ 4.63266% van je loon€ 88313% van je loon
€ 8.500afgetopt€ 4.63254% van je loon€ 88310% van je loon
€ 10.000afgetopt€ 4.63246% van je loon€ 8839% van je loon

“Na twee jaar” is het meest voorkomende geval: volledig arbeidsongeschikt, WGA-loonaanvulling. Het ongunstige geval is gedeeltelijk arbeidsongeschikt, geen werk gevonden — WGA-vervolguitkering. Boven een salaris van € 6.617 per maand telt het meerdere niet mee voor de uitkering — dat is het maximumpremieloon van € 79.409 per jaar.

Berekend met onze eigen WIA-motor, op de Rekenregels per 1 juli 2026 (SZW/UWV, open.overheid.nl). Tabel gegenereerd op 16 augustus 2026.

Tot ruim € 6.600 is het altijd precies zeventig procent

Alle rijen onder die grens zijn opvallend saai: wat je ook verdient, er blijft 70% over. Dat is geen toeval maar de WGA-loonaanvulling, en het maakt de regeling in dit bereik voorspelbaar. Een terugval van dertig procent is fors, maar hij is voor iedereen even groot en dus vooraf uit te rekenen.

Daarboven loopt de uitkering niet meer met je loon mee

Bij de laatste rijen breekt het patroon. De WIA rekent namelijk maar tot het maximumpremieloon; wat je daarboven verdient telt niet mee voor je uitkering. Vanaf dat punt staat het bedrag stil, hoe hard je loon ook doorstijgt — in de tabel is dat te zien aan de drie rijen die allemaal op hetzelfde bedrag uitkomen. De onderste rij houdt daardoor geen 70% van zijn loon over maar minder dan de helft. Dit is het deel dat mensen verrast, en het is ook de enige plek in deze tabel waar het gat groeit met je carrière in plaats van mee te schalen.

In het ongunstige geval maakt je salaris helemaal niets meer uit

De rechterkolom is over de hele reeks hetzelfde bedrag. Dat is geen fout in de tabel: de WGA-vervolguitkering is niet gekoppeld aan wat je verdiende, maar aan het minimumloon. Wie gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en geen werk vindt, komt daar uit — of hij nu € 2.000 of € 10.000 per maand verdiende. Het verschil tussen die twee mensen zit dus niet in wat ze krijgen, maar volledig in wat ze kwijtraken.

De hoogte van die vervolguitkering hangt af van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin je valt. In deze doorrekening is één percentage aangehouden, en dat staat onderaan bij de uitgangspunten. Het punt van de kolom verandert daar niet door: het bedrag volgt het minimumloon, niet jouw loon.

Waarom je dit optelsommetje zelden ziet

Elk van deze regels is openbaar. Het UWV legt de WIA uitstekend uit, de Rijksoverheid publiceert de Rekenregels, en er zijn genoeg rekentools. Maar ze beantwoorden allemaal één regeling tegelijk. Niemand telt loondoorbetaling, WIA-uitkering, aftopping en vervolguitkering bij elkaar op tot één bedrag per maand — en dat is nu juist het enige getal waar je iets mee kunt, want daarmee vergelijk je je vaste lasten.

Dat is een tekortkoming van het stelsel en niet van de mensen erin. Een regeling die pas na twee jaar zichtbaar wordt, waarvan de uitkomst afhangt van een beoordeling die niemand vooraf kan doen, is niet te overzien op het moment dat je er iets aan zou kunnen doen.

Bronnen
Loondoorbetaling bij ziekte, 104 wekenArtikel 7:629 Burgerlijk Wetboek
WIA: IVA en WGA, beoordeling op resterende verdiencapaciteitUWV
Uitkeringspercentages, maximumpremieloon en minimumloonRekenregels SZW (peildatum staat in de tabel)
De berekening zelfEigen WIA-motor, geijkt tegen de rekentool van TAF. Alle bedragen in de tabel zijn gegenereerd, niet ingevoerd.

Gepubliceerd op 16 augustus 2026.